Beer Splinter_foto: Roland de ZeeuwInvesteerder in beeld: Beer Splinter

Beer Splinter is succesvol ondernemer in de gezondheidszorg en doet regelmatig werk voor Stichting PUM. Diverse keren is zij naar het buitenland uitgezonden door PUM. Sinds 2009 is zij betrokken bij de Katakle investeerdersgroep. In 2010 en 2014 ging ze met The Hunger Project mee op investeerdersreis naar Benin.

Waarom ben je lid geworden van de Katakle groep?
“Nu ik minder ben gaan werken, wilde ik vrijwilligerswerk gaan doen, maar wel vanuit twee invalshoeken. Aan de ene kant via PUM in natura en aan de andere kant via Katakle middels een financiële bijdrage. Ik wilde niet langer versnipperd geld sturen naar verschillende liefdadigheidsorganisaties. Het is mij onduidelijk wat er exact mee gebeurt, vaak zonder gericht doel en soms met te weinig ondernemingsgeest. Alles wat ik toch al aan goede doelen schonk breng ik nu samen.” Alles gericht op één project: The Hunger Project, om daarmee te helpen in Benin de honger tegen te gaan.

“Daarnaast is het leuk om binnen de Katakle groep andere ondernemers te ontmoeten, een zeer divers gezelschap. Het is goed voor je sociale netwerk en natuurlijk ben ik trots om samen iets voor elkaar te krijgen en daadwerkelijk het verschil te maken.”

Welke visie deel je samen met The Hunger Project?
“De bottom-up visie is zeker iets wat ik deel met The Hunger Project. Zelf ben ik wars van overheid, top-down methodes en grote multinationale organisaties. De kracht van Katakle en The Hunger Project is dat wij vanuit een bedrijfsmatige invalshoek onze betrokkenheid tonen. We investeren in een land, maar wel met gezond verstand.

Ook vind ik dat de Nederlandse overheid meer moet doen naar ondernemers toe, zodat zij ook kúnnen investeren. Ook met een commerciële doelstelling. Het is helemaal niet vies om iets te verdienen in ontwikkelingslanden, zolang je er maar beiden beter van wordt.”

Je ging in 2010 en 2014 mee met de investeerdersreis naar Benin. Wat is je het meeste bijgebleven?
“Het enthousiasme van de mensen die gebruik maken van de epicentra.  Alle generaties van jong tot oud zijn super blij. Het gaat niet om het platte geld dat wij als investeerders bijdragen, maar zij zijn trots op zichzelf en willen dat aan ons laten zien. We waren uitgenodigd op hún feestje en natuurlijk zijn ze blij met investeerders, maar het is hún werk, trots en epicentrum, zij maken zelf het verschil! Het is van hen en dat voelt echt ook zo. Ik was verbaasd over de zelfredzaamheid van de  bevolking”.

Wat kan er nog verbeterd worden in de epicentra?
“Er wordt momenteel naar mijn weten nog niet optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare gezondheidszorg in de epicentra. De mensen moeten beter geïnformeerd worden over de zorg die geboden wordt. We zullen naar de mensen toe moeten gaan. De bedbezetting is nog te laag en dit is jammer, want  de problemen zijn er wel en een deel ervan kan nu opgelost worden”.