Monitoring & Evaluatie

Hoe weten wij of onze programma’s een verschil maken? Of zij écht een einde maken aan honger en armoede? Door monitoring en evaluatie brengen we de impact van ons werk steeds beter in kaart en weten zo hoe succesvol we zijn. Het laat ons, en alle betrokkenen zien welk verschil ons werk maakt.

Een belangrijke voorwaarde is betrouwbare data. Zodat we kunnen analyseren waar de gemeenschappen ‘staan’ op het gebied van bijvoorbeeld voeding of toegang tot gezondheidszorg – in vergelijking tot regionale of nationale gemiddelden. Op alle plekken waar we werken onderzoeken we iedere 3 tot 5 jaar de effecten van ons werk. Met sets van indicatoren kunnen we vergelijken binnen en tussen landen. En we maken zowel gebruik van interne als externe evaluaties.

“Lokale vrijwilligers verzamelen en analyseren zelf de gegevens.”

The Hunger Project vindt het belangrijk dat alle direct betrokkenen zélf de voortgang kunnen meten. Lokale vrijwilligers verzamelen en analyseren zelf de gegevens. De resultaten koppelen we terug naar de belangrijkste betrokkenen: de gemeenschappen waar we werken. Hoe concreter hoe beter. Bijvoorbeeld door te vergelijken met landelijke gemiddelden – of beter nog, met de targets die de gemeenschap zelf heeft vastgesteld, of met resultaten van dorpen uit de buurt. Zodat ze kunnen zien waar anderen staan en wat mogelijk is. We moedigen hen aan om met deze resultaten prioriteiten te bepalen, zodat zij het heft in eigen handen kunnen nemen.

“De evaluatie helpt ons om te zien waar we vandaan komen, wat we nu bereikt hebben en wat mogelijk is.”

Lorni, voorzitter van het vrouwencomité in Champti (Malawi)

In epicentrum Zuza in Mozambique heeft 90% van de huishoudens nu toegang tot schoon water


Maak het zichtbaar

Resultaten worden gedeeld en besproken met de gemeenschappen. Met hoog analfabetisme en ongecijferdheid kan dat een grote uitdaging zijn. Vaak is het niet genoeg om een getal te horen, maar het zien kan een groot verschil maken. Helemaal als dat interactief gebeurt. Met 10 mensen op een rij, waarvan 8 staan en 2 zitten, wordt het concept 80% opeens een stuk concreter.

11-172

Hogoye Sene - Senegal - Ndereppe - Johannes Odé - 300x300 4

Zelfredzaamheid meten

In onze Afrikaanse programmalanden werken we via de epicentrumstrategie toe naar zelfredzaamheid. Essentieel voor zelfredzaamheid is officiële erkenning van het epicentrum en landrechten voor het epicentrumgebouw. Zo kan het epicentrum als zelfstandige organisatie functioneren. En daarnaast moet een epicentrum minstens 80% scoren op een lijst van 52 indicatoren voor zelfredzaamheid, verdeeld over acht doelen – van armoedebestrijding tot empowerment van vrouwen, van het mobiliseren van gemeenschappen tot verbeterde voedselzekerheid:

1. De gemobiliseerde gemeenschap stelt zichzelf doelen en werkt actief aan het behalen van die doelen om verder te ontwikkelen
2. Vrouwen en meisjes zijn in hun kracht gezet
3. Verbeterde toegang tot veilige drink- en sanitaire voorzieningen
4. Verbeterde alfabetisering en educatie
5. Minder honger en ondervoeding, vooral bij vrouwen en kinderen
6. Verbeterde toegang tot- en gebruik van gezondheidsvoorzieningen
7. Minder huishoudens leven in armoede
8. Boeren produceren meer en zijn weerbaarder voor klimaatverandering

In 2015 is het nieuwe systeem van indicatoren afgerond en volledig in gebruik genomen. Voor meer dan dertig epicentra zijn in 2015 deze targets vastgesteld, op weg naar zelfredzaamheid. De dorpen hebben zelf vastgesteld welke indicatoren voor hen essentieel zijn, en daarmee hun eigen drempeltoets voor zelfredzaamheid vorm gegeven. En juist omdat de dorpen daarmee zelf hun eigen doelen kunnen stellen, en hun eigen vooruitgang kunnen meten, en die weer kunnen vergelijken met die van anderen in hun land, werkt dat prima. Deze meting van ontwikkeling op specifieke punten maakt het mogelijk heel gericht aandacht te besteden aan bepaalde nog zwakkere aspecten. En we kunnen samen met de gemeenschappen vaststellen of de programma’s effect hebben gehad, en of de gemeenschap in staat is om de activiteiten zelfstandig voort te zetten.

Women Empowerment Index

Vrouwen zijn cruciaal voor het einde van honger. Hoewel voor veel organisaties de empowerment van vrouwen centraal staat, ontbrak een goede methode om resultaten te meten. Daarom heeft The Hunger Project de Women Empowerment Index ontwikkeld. Daarmee brengen we de voortgang in kaart op het gebied van zelfbeschikking, inkomen, leiderschap, toegang tot middelen en kennis en ten slotte tijdsbesteding. Met niet alleen oog voor de vooruitgang van vrouwen, maar ook voor de mannen Want de empowerment van vrouwen gaat niet over vrouwen alleen. Daarom kijken we ook hoe de resultaten zich verhouden tot de situatie van de mannen in hetzelfde dorp. Met de Women Empowerment Index kunnen we ons werk nog beter doen en vrouwen zo goed mogelijk ondersteunen.


Een tweetal opmerkelijke resultaten na de test in 9 landen, 111 programma gebieden en 20.000 huishoudens:

  • De landen met de hoogste WEI scores op dit moment zijn Ghana en Oegada. Maar ook Benin en Burkina Faso scoren hoog op de Women Empowerment Index.
  • De resultaten op het gebied van tijdsbesteding zijn flink verbeterd ten opzichte van de evaluatie in 2015. Onderzoek heeft aangetoond dat de lage resultaten van de vorige evaluatie onder andere kwamen door traditie, inconsistente trainingen, en de omgeving – hier kon in het programma rekening mee gehouden worden met verbeterde resultaten tot gevolg.

Evaluatie India

Uit een externe evaluatie van ons leiderschapsprogramma in Madhya Pradesh in India blijkt dat getrainde vrouwelijke leiders dubbel zo veel zelfvertrouwen hebben als ongetrainde vrouwen, meer acties voor hun dorp ondernemen en dat hun politieke daadkracht groter is. De vrouwelijke leiders worden daadwerkelijk change agents in hun gemeenschappen. Verder blijkt de samenwerking tussen vrouwelijke leiders onderling de meeste invloed te hebben – wanneer vrouwen samenwerken in federaties, lukt het veel vaker om bijvoorbeeld betere scholing, watervoorzieningen en werkverschaffingsprojecten voor hun dorp te regelen.

Een evaluatie van het leiderschapsprogramma van in Odisha geeft vergelijkbare resultaten. De getrainde vrouwen voelen zich zelfverzekerder, voelen zich gehoord door hun gemeenschap en stellen meer controversiële onderwerpen – zoals huiselijk geweld en kindhuwelijken – aan de kaak, en is er in de onderzochte dorpen meer erkenning en acceptatie van vrouwen in de politiek. Daarnaast komt de kracht van samenwerking tussen deze vrouwen duidelijk naar voren in de evaluatie.

Evaluatie Bangladesh

In 2015 evalueerde een gerenommeerd extern instituut, Transtec, ons programma in Bangladesh. Het ging om een twee jaar durend project in tien districten (Unions) gericht op het versterken van de basisdemocratie op het platteland, gefinancierd door de United Nations Democracy Fund.

De bevindingen van de evaluatie waren zeer lovend. De evaluatie laat zien dat 49% meer mensen vindt dat vrouwen actief betrokken moeten worden bij de politiek, 48% meer mensen gelooft dat zij zelf hun gemeenschap kunnen veranderen en het aantal mensen dat helemaal niks wist over zijn/haar rechten afnam met 51%. Het project maakt lokale leiders daadwerkelijk bewust van basale mensenrechten en brengt de belangen van de lokale gemeenschap beter bij politici voor het voetlicht.


Food for Thought in Benin

Het Afrika Studiecentrum uit Leiden onderzocht in 2015 ons werk in epicentrum Bétérou in Benin.De studie toont aan dat de basis van de epicentrumstrategie relevant is. Vooral op het gebied van voedselzekerheid, gezondheid en de positie van vrouwen zijn er goede resultaten. En de capaciteit van mensen om zelf hun gemeenschap te ontwikkelen – en het vertrouwen dat zij dit kunnen – zijn toegenomen.

Maar het programma in Bétérou heeft niet overal uitgepakt zoals we hadden gehoopt. Zo is het effect van de activiteiten het grootst in dorpen vlak bij het epicentrumgebouw, maar neemt dit effect verder weg af. Ook werken we vooral met de actieve bevolking, maar bereikt onze strategie de allerarmsten niet. Verder stelt de studie kritische vragen over de animators in epicentra, over de Vision, Commitment and Action-workshops en de kracht van de leiderschapscomités. Het onderzoek geeft ons munitie om het in de toekomst nog beter te doen. Een aantal verbeterpunten is al opgepakt. Zo experimenteren we in Benin met diensten verder van het epicentrumgebouw. En voor de allerarmsten kunnen we lobbyen bij de overheid voor sociale vangnetten.


Evaluaties

Benin – Evaluatie (2015)

Bekijk de evaluatie

Bangladesh – Evaluatie (2016) in samenwerking met UNDEF

Bekijk de evaluatie

India – Samenvatting van evaluatie (2014)

Bekijk de samenvatting

India – Evaluatie (2014)

Bekijk de evaluatie

Bangladesh – Evaluatie (2012) uitgevoerd door SIPA, Columbia University

Bekijk de evaluatie

Benin – Evaluatie (2012) uitgevoerd door prof. Paul Hoebink

Bekijk de evaluatie

India – Evaluatie(2012) uitgevoerd door UNDEF

Bekijk de evaluatie