Zelfredzaamheid

The Hunger Project werkt in 118 gebieden (“epicentra”) op het platteland van acht Afrikaanse landen. Die 118 epicentra omvatten bijna 2.000 dorpen, waar bijna 1,7 miljoen mensen wonen. Met ruim 44.000 getrainde en actieve vrijwilligers, en met bijna 800 slimme partnerschappen met bijvoorbeeld de lokale overheid en andere organisaties, werken zij aan hun ultieme doel: zelfredzaamheid.

De eerste vijftien epicentra in Benin, Burkina Faso, Ghana, Ethiopië, Malawi en Senegal  haalden hun zelf bedachte drempeltoets en staan op eigen benen – zelfredzaam, hoera! En dus vierden we met hen de eerste grote feesten van zelfredzaamheid. In hoog tempo volgen er dit jaar en de komende jaren nog veel meer.

Wat is zelfredzaamheid?

Klik op de afbeelding voor een grotere versie

De eerste vijftien epicentra in Afrika staan op eigen benen. En dat is goed nieuws. Ons ultieme doel is dat de boerengemeenschappen na een aantal jaar training en begeleiding door The Hunger Project zo goed met elkaar en met hun lokale overheid samenwerken, dat ze voortaan zelf verder kunnen. Zonder honger en zonder armoede, maar vooral in staat om nieuwe uitdagingen effectief samen aan te pakken: zelfredzaam.

De gemeenschap beheert het dienstencentrum met al haar functies zelfstandig. Het epicentrum betaalt zijn eigen onkosten en gaat verder zonder ondersteunend personeel van The Hunger Project. De gezondheids-, onderwijs- en voorlichtingsprogramma’s gaan op eigen kracht verder, gedreven door vrijwilligers. The Hunger Project vertrekt en investeert niet langer in het gebied. Zonder externe steun blijven zij hun rol als motor van lokale ontwikkeling spelen.

Zelfredzaamheid is niet hetzelfde als zelfvoorzienend. In een zelfredzaam epicentrum is niet per se elke bestaande behoefte of vraag beantwoord, maar het gaat duidelijk beter met honger en armoede. Van armoedebestrijding tot empowerment van vrouwen en verbeterde voedselzekerheid: er is duidelijke vooruitgang. Maar het belangrijkste is dat de gemeenschap zelf, op basis van eigen capaciteit, het dorp leidt. En dat ze met elkaar nieuwe uitdagingen kunnen oppakken, ook bij woeste tegenwind – op weg naar het einde van honger en armoede voor iedereen.

“Niemand is te arm om vooruit te komen. Mensen hebben alleen aanmoediging, een kans en partnerschap nodig. Ik kon meedoen aan allerlei activiteiten via het women empowerment programma. Het belangrijkste: het gaf me zelfvertrouwen. Ik ben zo trots dat mijn kinderen nu naar school kunnen. Zij krijgen kansen die ik vroeger nooit heb gehad.”

Victoria Agyemang, epicentrum Atuobikrom (Ghana)

Zelfredzaamheid meten

Essentieel voor zelfredzaamheid is officiële erkenning van het epicentrum en landrechten voor het epicentrumgebouw. Zo kunnen ze als zelfstandige organisatie functioneren. En daarnaast moet een epicentrum minstens 80% scoren op een lijst van 52 indicatoren voor zelfredzaamheid, verdeeld over acht doelen – van armoedebestrijding tot empowerment van vrouwen, van het mobiliseren van gemeenschappen tot verbeterde voedselzekerheid:

1. De gemobiliseerde gemeenschap stelt zichzelf doelen en werkt actief aan het behalen van die doelen om verder te ontwikkelen
2. Vrouwen en meisjes zijn in hun kracht gezet
3. Verbeterde toegang tot veilige drink- en sanitaire voorzieningen
4. Verbeterde alfabetisering en educatie
5. Minder honger en ondervoeding, vooral bij vrouwen en kinderen
6. Verbeterde toegang tot- en gebruik van gezondheidsvoorzieningen
7. Minder huishoudens leven in armoede
8. Boeren produceren meer en zijn weerbaarder voor klimaatverandering

De dorpen hebben zelf vastgesteld welke indicatoren voor hen essentieel zijn, en daarmee hun eigen drempeltoets voor zelfredzaamheid vorm gegeven. En juist omdat de dorpen daarmee zelf hun eigen doelen kunnen stellen, en hun eigen vooruitgang kunnen meten, en die weer kunnen vergelijken met die van anderen in hun land, werkt dat prima. Deze meting van ontwikkeling op specifieke punten maakt het mogelijk heel gericht aandacht te besteden aan bepaalde nog zwakkere aspecten. En we kunnen samen met de gemeenschappen vaststellen of de programma’s effect hebben gehad, en of de gemeenschap in staat is om de activiteiten zelfstandig voort te zetten.

Kachindamoto, Malawi - op weg naar zelfredzaamheid

Resultaten van de zelfredzame epicentra:

Op de planning

De komende jaren zullen nog meer epicentra de fase van zelfredzaamheid behalen. Naar verwachting volgen in 2017/2018 in ieder geval nog deze 8 epicentra:

  • Burkina Faso: Bissiga, Vowogdo, Zincko
  • Benin: Zakpota
  • Ethiopië: Mesqan
  • Malawi: Mpingo
  • Oeganda: Kiboga
  • Senegal: Dinguiraye

Een aantal heeft de score van 80% al behaald, maar werkt nog aan de landrechten of de officiële erkenning. Zo heeft Kiboga in Oeganda maar liefst een score van 94% en is officieel erkend maar ontbreken alleen de landrechten nog.

In Benin, Malawi en Oeganda merken we dat het verkrijgen van formele landrechten vaak moeilijker blijkt dan verwacht. Dat vertraagt de weg naar zelfredzaamheid. De oorzaken zijn verschillend: ontbreken van een kadaster met landregistratie, ingewikkelde wetgeving en procedures en soms domweg onwelwillende ambtenaren.

Zelfredzaam – en wat nu?

We zijn natuurlijk erg trots op de epicentra die zelfredzaam zijn geworden. Ze staan op eigen benen – ontvangen geen hulp meer van The Hunger Project. Maar we laten ze niet helemaal los. Allereerst omdat we willen volgen hoe de gemeenschap zich blijft ontwikkelen, en om te zien of het epicentrumleiderschap in staat is alles zelfstandig te organiseren en coördineren. De eerste twee jaar na het punt van zelfredzaamheid bezoekt The Hunger Project het epicentrum nog enkele malen per jaar. Twee jaar na zelfredzaamheid voeren we een laatste evaluatie uit, zodat we samen met de gemeenschap kunnen meten hoe het dan staat met honger, armoede en de andere indicatoren die we jaren hebben gevolgd.
En uiteraard blijven we in contact met de epicentra, omdat ze blijven behoren tot de ‘familie’ van The Hunger Project. Zij zijn degenen die ons laten zien waar we ons op moeten richten, en die we kunnen blijven verbinden met andere mogelijke partners. Zo ontstaat er een netwerk van zelfredzame epicentra die ervaringen kunnen blijven uitwisselen, en die we kunnen inzetten als fundering voor de opschaling en verspreiding van onze aanpak. Want dat is ons ultieme doel: het beschikbaar maken van bestrijding van honger en armoede ‘van onderop’. Daarvoor is het bewijs, de inspiratie en het voorbeeld van zelfredzame epicentra cruciaal.

In 2015 stonden de drie eerste epicentra op eigen benen en in 2016 bereikten twaalf epicentra hun status van zelfredzaamheid. Ook de andere epicentra maken goede voortgang in die richting. We verwachten dat er in dit jaar nog eens twaalf epicentra zelfredzaam kunnen worden. Ook de jaren daarna denken we dat jaarlijks tussen de 10 en 20 epicentra dit einddoel gaan vieren.

“Wij, de leiders van het epicentrum, zijn zeker dat we de programma’s kunnen voortzetten nu The Hunger Project weggaat. We doen het werk zelf al, dus dat blijven we ook doen. We hadden alleen een zetje nodig om te geloven dat we het zelf konden en dat we samen veel konden bereiken. Ik ben zelf ook veranderd. Ik heb het vertrouwen en geloof dat ik mijn dromen kan najagen.”

Dennis Denga - voorzitter van het epicentrum comité van Champiti, MalawiLees meer
Leerpunten

De weg naar zelfredzaamheid gaat over heuvels en dalen. Het is daarom belangrijk stil te staan bij de succesfactoren en uitdagingen in het proces, zodat we die kunnen meenemen in de planning en uitvoering van programma’s. Uit casestudies van zelfredzame epicentra in Malawi en Oeganda haalden.we.de.volgende.leerpunten:

Succesfactoren
  • Cruciaal is dat vanaf dag één in ieder dorp animators zijn, en dat de nadruk ligt op hun rol als vrijwilliger. Doordat mensen uit zichzelf gemotiveerd zijn, is hun bijdrage duurzaam. Voorzieningen en campagnes van de overheid (zoals vaccinaties) kunnen op deze animators bouwen.
  • Sterke, diverse inkomstenbronnen voor het epicentrum, met een eigen ondernemend management. De epicentra uit de casestudies hadden onder meer: een groentekas, kwekerij voor koffieplanten, varkensfokkerij, graanmolen, restaurant en hostel.
  • Epicentrum leiderschap dat goed wordt ingewerkt in zelfstandig plannen en budgetteren van projecten. En sterke partnerschappen met de lokale overheid en andere organisaties.
Uitdagingen
  • Klimaatverandering zorgt voor onzekerheid in veel gebieden. Hoewel The Hunger Project klimaatbestendige gewassen en technieken introduceert, blijven sommige boeren kwetsbaar.
  • Duurzame inkomstenbronnen: hoewel alle epicentra diverse inkomstenbronnen hebben, is hun ervaring hiermee vaak nog beperkt. Inkomstenbronnen werden vaak pas tegen het eind van het proces geïntroduceerd.
  • In sommige epicentra kostte het verkrijgen van eigendomsrechten van de grond enorm veel tijd. En in sommige gevallen is het nog steeds niet geregeld. Dit staat de zelfredzaamheid in de weg, omdat The Hunger Project het epicentrum dan nog niet los kan laten. Zonder eigendomsrechten en toezicht bestaat immers het risico dat derden met het epicentrum aan de.haal.gaan.
Onze leerpunten voor andere epicentra
  • We sluiten al vroeg in het proces overeenkomsten met de lokale overheid over voorzieningen. Gezamenlijke planning en monitoring van sociale voorzieningen versterkt het partnerschap met de lokale overheid en maakt het duurzaam.
  • We werken al vroeg in het proces aan juridische zelfstandigheid van het epicentrum en de landrechten van de grond van het epicentrum.
  • We voeren ten minste drie jaar voor de geplande datum van zelfredzaamheid een tussenevaluatie uit. Zo zien we waar de gemeenschap staat, zodat zij op tijd einddoelen kan vaststellen en daaraan gericht kan werken.

Lees meer over de epicentrumstrategie

Ghanese community viert feest in een epicentrum

Lees meer over de eerste drie zelfredzame epicentra in Ghana

Lees meer over de weg naar zelfredzaamheid van epicentrum Ndereppe in Senegal

Benin - mannen Dasso 300x300

Lees meer over zelfredzaamheid in Benin