Zero Hunger Het einde van honger The Hunger Project

10 wijze lessen over werken aan het einde van honger

Directeur Evelijne Bruning staat 10 jaar aan het roer van The Hunger Project Nederland. We maakten onder Evelijne’s leiding een flinke groei door. We brachten onze impact steeds beter in beeld en ontwikkelden ons ultieme recept voor het einde van honger. En in die jaren nam honger wereldwijd flink af, maar ook langzaam weer toe.

Aan de start van het nieuwe decennium – waarna volgens SDG2 honger écht de wereld uit moet zijn – kijkt Evelijne terug naar het afgelopen decennium. En ze deelt haar 10 lessen van 10 jaar werken aan het einde van honger.

Door Evelijne BruningDragon & Driver of Change (& indien nodig directeur)

1. Het einde van honger: het kan wél

Toen ik bij The Hunger Project ging werken, vonden sommigen dat een vreemde stap. Alsof ik me aansloot bij een doel voor een missverkiezing: werken aan het einde van honger leek net zo ondenkbaar als wereldvrede.

En dat is dikke onzin. Want hoewel het idee van het einde van de honger 40 jaar geleden nog wel écht een grote denksprong was, is in de laatste 15 jaar het aantal mensen met honger sterk gedaald. Terwijl de wereldbevolking behoorlijk groeit.

Inmiddels heeft de wereldgemeenschap de 17 Sustainable Development Goals omarmd. En voorop staat het einde van armoede en het einde van de honger. Zelfs de Nederlandse overheid, die trots niet visionair maar wel pragmatisch is, heeft voor die doelen getekend – omdat het kán. Misschien zijn we bij The Hunger Project een bende blije eikels. Maar we zijn ook realistische optimisten.

Maar het laatste stuk wordt er niet makkelijker op. Want sinds 4 jaar neemt het aantal mensen met honger helaas weer toe, in plaats van af. Vooral door klimaatverandering en conflicten. Dat valt dus vies tegen. We staan nu weer waar we 10 jaar geleden ook stonden: 1 op de 9 mensen heeft dag in, dag uit nog te weinig te eten. Terwijl er meer dan genoeg is voor iedereen.

Het kan wél. En wij weten hoe het kan en hebben ondertussen ook bewezen dat het kan. We trainden in bijna 13.000 dorpen in 13 landen ruim 365.000 lokale voorlopers die in hun dorp aan de slag gingen. Met resultaat.

2. Het belang van durf-investeerders

We hebben het in Nederland vaak liever niet over geld. Maar zonder investeerders is het soort werk dat wij doen niet mogelijk. Investeerders die geloven dat onze ideeën haalbaar zijn, ook als die nog niet zijn bewezen. En die achter je blijven staan – niet voor even, maar voor zo lang als nodig is. En daarmee blijvend aandeelhouder zijn in het einde van de honger.

3. Het belang van juichbeleid en op je bek gaan

We zijn een erkend goed doel en voldoen aan alle verplichtingen die grote en formele gevers met zich meebrengen. Zo hebben we een klachtenregeling, lidmaatschap van de branchevereniging, een risicomanagementsysteem etc. Het is goed bedoeld, en blijkbaar de best denkbare oplossing voor de angst dat iets niet goed zou gaan. Maar al dat papier heeft ook zo zijn nadelen. Want voor je het weet ben je een boekhouder van verandering, in plaats van de motor.

Daarom hebben we ook onze eigen maatregelen. Zoals een kantoor-altaar, waar we steeds opnieuw onze nieuwe dromen op parkeren. En een eigen juichbeleid: we vieren álle kleine stappen vooruit op weg naar dat grote doel.

Net zo belangrijk is om het fout te durven doen. Onze Raad van Toezichtvoorzitter Jan van Oord zegt zelfs: “als de helft niet mislukt, doe je het verkeerd”. En ook bij ons gaat het wel eens spectaculair mis. Zo plantten we in Ethiopië 700.000 bomen van een volkomen verkeerde boomsoort, en dan ook nog eens te dicht op elkaar. We zetten alles op alles om daarvan te leren en delen die inzichten, bijvoorbeeld via ons jaarverslag. Waar we dan mooi wel weer de tweede prijs mee wonnen op de beste jaarverslag wedstrijd van álle goede doelen.

4. Het belang van goede leiders die elkaar aanvullen

Bij mijn start waren er in Nederland volop kansen en betrokkenheid, maar ook groei- en snoeipijn. Ik deed mijn best om dat allemaal in goede banen te leiden, maar ik was helemaal niet zo goed in confrontaties. Inmiddels heb ik geleerd dat je als leider de draak niet alleen in de bek moet kijken, maar soms zelf een draak moet durven zijn. Dat is dus sinds een paar jaar mijn functietitel – dan vergeet ik het niet.

Maar niemand kan dit alleen. Gelukkig stond er steeds opnieuw op cruciale momenten nieuwe wijsheid op uit ons netwerk. Zodat The Hunger Project kon doorgroeien naar een stabiele organisatie.

5. Het belang van vuur in de buik

Vuur is onmisbaar. In India noemen onze collega’s dat fire in the belly. Maar vuur blijft niet vanzelf branden. Het vraagt steeds opnieuw om bewuste, geïnformeerde keuzes. En het moet constant gevoed worden. Want anders liggen cynisme en apathie op de loer – onze allergrootste vijanden. Ze staan echte vooruitgang in de weg.

Mijn vuur wordt aangewakkerd door de mensen die ik ontmoet op mijn reizen met The Hunger Project. Zoals Seema Saket, de gekozen voorzitter van de dorpsraad in Padkhuri, India. Wij trainden haar, om alles wat die plek aan potentie heeft ook echt te benutten – niet vanzelfsprekend voor een jonge vrouw van de onaanraakbare kaste.

“Waarom zou ik nog bang zijn om met officials te praten? Ik ben gekozen tot voorzitter van de dorpsraad, ik sta in mijn recht. Ik dien mijn verzoeken in en ga steeds opnieuw de discussie met ambtenaren aan. Op die manier regelde ik in één jaar 28 toiletten voor het dorp. Zo kunnen wij vrouwen en meisjes veilig onze behoefte doen, zonder angst om te worden aangevallen wanneer wij het meest kwetsbaar zijn. Ik zorgde voor waterpompen, zodat de vrouwen niet meer elke dag uren kwijt zijn aan het halen van water. Ik regelde naai-trainingen voor meisjes, zodat zij daarmee zelf een inkomen kunnen verdienen. En ik heb nog ambities genoeg, zoals een toilet in elk huishouden en het watertekort oplossen.

Ik vraag mijn voorgangers om hulp en verzamel alle informatie die ik nodig heb. Niemand werd met alle kennis geboren, het is geen schande dat ik moet leren hoe het werkt. Maar geef me de tijd en ik kan alles.”

Seema Saket (22)Voorzitter van de dorpsraad van Padkhuri, India

6. Het belang van omdenken

The Hunger Project gaat altijd uit van wat er wél is en wat er wél kan. Die ruimte zoeken en vinden we steeds opnieuw. Ik heb in tien jaar oneindig veel lokale omdenkers ontmoet, maar Kossegui Ganigi is me het scherpste bijgebleven. Een boerin uit Guinagourou, in Benin.

We ontmoetten haar toen ze haar dorpsgenoten bevlogen stond toe te spreken. Op haar rug droeg ze de baby van haar zus, die in het kraambed was overleden. Kosseguis grote droom was dat alle meisjes in het dorp naar school konden gaan en alle vrouwen veilig konden bevallen. En ze had haar eigen manier gevonden om haar dorpsgenoten daarvan te overtuigen:

“Ik ben ervan overtuigd dat het kan, als de vrouwen van Guinagourou er samen voor in beweging komen. Maar niemand wil me geloven. Ze vinden het maar een rare droom en kunnen zich er niks bij voorstellen. Een jaar lang stond ik elke dag een uur eerder op om mijn buurvrouwen te overtuigen, deur aan deur, terwijl zij het ontbijt voor hun gezin kookten. Maar ze bleven cynisch. En in mijn eentje krijg ik het niet voor elkaar, ik heb ze echt nodig.

Dus heb ik nu een nieuw plan om ze te overtuigen. Het lukt me om 15 cent per dag te sparen van mijn vishandel. Daarmee kan ik na een jaar het eerste stenen huis in het dorp bouwen. Iedereen wil wel een stenen huis, maar ook daarvan denken de buurvrouwen dat het voor ons soort mensen niet is weggelegd. Als ik straks een stenen huis heb, zullen ze zien dat het anders kan. En dan zullen ze ook in beweging komen. Wacht maar af.”

Kossegui GanigiBoerin in Guinagourou, Benin

7. Het belang van stevig staan en goede schoenen

Rowlands Kaotcha_The Hunger Project

Rowlands Kaotcha

Goed gronden is belangrijk, want dan donder je nooit om. Met goede schoenen, zonder hakken, sta ik lekker stevig.

Mijn dierbare collega Rowlands Kaotcha uit Malawi kan meepraten over het belang van goede schoenen. Hij werd ooit bijna van de lagere school weggestuurd, omdat zijn ouders geen geld hadden voor schoenen. Terwijl die verplicht waren bij het schooluniform. Wat maar weer aangeeft hoe veel vooruitgang mogelijk is binnen één mensenleven. Hij maakte niet alleen zijn school af, maar kreeg ook een beurs om te studeren. En klom in de afgelopen 20 jaar van programmamedewerker en landendirecteur op tot onze nieuwe regionale Vice President voor Afrika, die over de hele wereld een rolmodel en bron van inspiratie is voor velen.

8. Het belang van een goed team

Samen kom je verder. Alleen met een vastberaden groep kan je steeds opnieuw de beweging maken van ‘ik kan het niet’ naar ‘samen gaat het lukken’. Dat doen we met een geweldig team dat dag in dag uit trekt en sleurt en duwt en masseert en juicht en rouwt en uitdaagt en verdedigt en er sámen de schouders onder zet. Wereldwijd met 350 medewerkers en honderdduizenden minstens even bevlogen vrijwilligers. En in Nederland met een team met woest diverse persoonlijkheidstypes.

9. Het belang van verandering van binnenuit, van onderop

Verandering moet van binnenuit komen, roepen we al meer dan 40 jaar. Een blijvend einde aan de honger kan alleen gebeuren wanneer mensen dat zélf doen. Wanneer mensen met honger de oplossing zelf dragen – van onderop, van binnenuit. Zoals mijn collega Elodie Iko uit Benin dat zo mooi zegt:

“Wij komen niet zelf met de oplossing. Dat werkt niet. We vragen alleen: wat zien jullie als probleem? Wat weerhoudt vrouwen om deel te nemen aan de lokale economie? Als mensen het probleem zelf verwoorden, zijn zij meer geneigd om zelf op zoek te gaan naar de oplossing.

Zo ontstaat langzaam maar zeker een gezamenlijk inzicht, bijvoorbeeld dat ze ervoor moeten zorgen dat vrouwen bij het lokale gezondheidscentrum terecht kunnen voor advies over geboortebeperking. Als ik het dorpshoofd dat hoor zeggen, denk ik: wów!”

Elodie IkoThe Hunger Project Benin

We ontwikkelden van binnenuit, van onderop, met lokale experts en met vele duizenden dorpen samen een aanpak die verschilt per land, want de omstandigheden zijn er ook verschillend. Inmiddels hebben we volop bewijs verzameld dat dit werkt, bijvoorbeeld in de ruim 40 zelfredzame epicentra.

In ons eentje gaat het ons nooit lukken om zo te werken in álle dorpen waar dat nodig – hoeveel vuur we ook hebben. We willen dan ook zo veel mogelijk andere organisaties, beleidsmakers en financiers inspireren om op deze manier te werken. Met een nieuwe beweging, met wereldwijd al 65 lidorganisaties.

Samen verzamelen we bewijs voor deze aanpak. Met vrijwillige experts, de leden en met de Wereldbank doen we een meta-data-analyse van álle onderzoeken naar community-led development. En in Nederland organiseren we 14 februari, samen met Partos en Butterfly Works, een bijeenkomst om te ontdekken wat we van elkaar kunnen leren, en hoe we samen op kunnen trekken.

10. Het belang van Visie, Commitment en Actie

Durven dromen dat het anders kan is de grootste stap die je kan zetten – en dan volgt de Commitment & de Actie. Dromen, het ontwikkelen van een visie of … het bouwen aan een kathedraal. Zoals in dit prachtige gedicht van Nynke Laverman:

KATEDRALEBOUWER
Wês in katedralebouwer
In tsjin ’e-stream-yn-klauwer
Dreamferbouwer
Gjin doch-mar-gewoan-herkauwer
Brûk-dyn-ferstân-neisjouwer
Geastfernauwer
Sopferflauwer
Mar in ferhalebrouwer
Ideaalútjouwer
Wês in katedralebouwer
Dwale lit my dwale
Troch myn katedraal
Troch de dream dy’t ik libje wol
De wrâld dêr’t ik wêze wol
Dwale lit my dwale
Sûnder te witten wêr’t ik útkom want
In swalker kin noait ferdwale
Wês in katedralebouwer
Wês in katedralebouwer
In katedralebouwer

Nog 10 jaar te gaan

De wereld heeft zichzelf tot doel gesteld dat in 2030 niemand nog honger heeft. Dat spraken de leiders van 193 landen met elkaar af, als onderdeel van een ambitieuze agenda voor de wereld: de SDG’s. Deze 17 doelen, waaronder SDG2 = Zero Hunger, moeten uiterlijk in 2030 zijn behaald.

Doe je mee? Word ook aandeelhouder in het einde van honger. Want het kan wél.