Veel gestelde vragen

The Hunger Project richt zich op de bestrijding van chronische honger. Chronische aanhoudende honger is heel wat anders dan acute hongersnood waarvoor in het nieuws vaak veel aandacht is. Toch is deze acute vorm van honger, die wordt veroorzaakt door een tijdelijke crisis, maar een heel klein deel van alle mensen die honger hebben. Zelfs niet meer dan 7%. Veruit de meeste mensen met honger hebben chronische honger. Dat wil zeggen dat zij dag in, dag uit te weinig, of te eenzijdig eten.

Chronische honger is niet alleen een kwestie van weinig eten, maar vaak vooral van slecht of eenzijdig eten. Het is vaak het gevolg van te weinig mogelijkheden om inkomen te verwerven, gebrek aan kennis en basisgezondheidszorg, en te weinig zeggenschap over beslissingen over de eigen gemeenschap.

Het aantal hongerige  (chronisch ondervoede) mensen in de wereld wordt geschat op 821 miljoen. De meeste ondervoede mensen (98%) wonen in ontwikkelingslanden. De meerderheid daarvan leeft in Azië en Afrika. Verre weg de meeste van deze mensen wonen op het platteland. Al decennialang daalt het aantal mensen met honger: tussen 1965 en 2015 verdubbelde de wereldbevolking en tegelijkertijd halveerde het aantal mensen met honger. Maar de afgelopen drie jaar kwam er een teleurstellende omslag in die zo gestaag dalende lijn. We zijn wereldwijd nu terug waar we 10 jaar geleden ook waren.

Die recente toename komt allereerst door conflicten: 15% van alle mensen met honger leeft in een conflictgebied. De andere grote boosdoener is klimaatverandering. Want de steeds heftiger wordende periodes van droogte, onvoorspelbare regens en overstromingen hebben een grote impact op de 2,5 miljard kleinschalige boeren op deze wereld, die voor hun inkomsten en eten immers afhankelijk zijn van regen. Zij blijven een zeer kwetsbare groep.

Bij een acute crisis of noodsituatie is noodhulp en het uitdelen van voedsel een manier om levens te redden. Maar de meeste mensen hebben chronische honger. Omdat chronische honger structureel is, heeft voedsel sturen geen zin. Het zou geen duurzame oplossing bieden .

Uitdelen van voedsel is niet alleen onvoldoende om honger te bestrijden, het kan ook schadelijk werken op gemeenschappen. Als er niet goed mee omgegaan wordt, kan gratis voedsel de markt voor lokale voedingswaren ondermijnen en daarmee een gevaar worden voor de beschikbaarheid van voedsel op de langere termijn. Bovendien werkt het afhankelijkheid in de hand.

Deze mensen met chronische honger willen wij helpen om zelf een einde aan hun honger te maken. Structureel. Het doel van onze programma’s is dat zij het heft in eigen handen nemen. En op eigen kracht een duurzame verbetering van de eigen voedselzekerheid bereiken.

The Hunger Project richt zich op het platteland omdat daar de nood het hoogst is en de voorzieningen schaars. Helaas is het nog steeds zo dat op het platteland de leefomstandigheden voor heel veel mensen veel slechter is dan in de grote steden. De meeste mensen met chronische honger woont op het platteland.

Vaak ontbreken op het platteland basisvoorzieningen zoals schoon water, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, en communicatiemiddelen. De mensen hebben daardoor een lagere levensverwachting en minder invloed op de overheid.

The Hunger Project werkt alleen in landen waar een stabiele situatie is. Er moet een stabiele regering zijn, en de gebieden waar gewerkt wordt moeten geen conflictgebieden zijn, maar een zekere mate van vreedzaamheid kennen. Aangezien de programma’s van The Hunger Project lange-termijn-programma’s zijn (bijvoorbeeld acht jaar bij de epicentrumstrategie), kunnen we alleen onder deze voorwaarden aan duurzame ontwikkeling van gemeenschappen werken.

Daarnaast werkt The Hunger Project alleen met lokale staf. Daarom is in ieder land waar gewerkt wordt een vestiging  van The Hunger Project, waar mensen uit dat land werken, die de  uitvoering van de programma’s verzorgen.

The Hunger Project Nederland heeft als beleid dat ten minste 85% van de inkomsten wordt besteed aan programma’s. Er is geen specifiek beleid om te sturen op een percentage voor kosten van fondsenwerving of beheer en administratie, behalve dat we die zo laag mogelijk houden. Personele wisselingen drukten net als in 2017 ook in 2018 op de inkomsten, maar zorgden ook voor minder kosten. In totaal hebben we in Nederland in 2018 € 1.089.352 uitgegeven aan uitvoeringskosten (2017: € 1.019.976, 2016: € 1.122.027). Dat is ruim binnen de door de Raad van Toezicht goedgekeurde jaarbegroting voor 2018 van € 1.179.000.

Net als in 2016 en 2017 waren ook in 2018 vanuit Nederland de meeste geoormerkte gelden beschikbaar voor het werk van The Hunger Project in Malawi en Benin. Van al onze inkomsten ging 27% naar The Hunger Project Malawi (2017: 22%, 2016: 27%), en 20% naar The Hunger Project Benin (2017: 22%, 2016: 18%). Daarnaast droeg The Hunger Project Nederland in 2018 bij aan de programma’s van The Hunger Project in Ghana, India, Bangladesh, Burkina Faso, Ethiopië en Oeganda (in afnemende volgorde van omvang).

Evelijne Bruning en Annelies Kanis vormen als tweekoppige directie samen het bestuur van The Hunger Project Nederland. Evelijne werkt sinds 2009 voor The Hunger Project, Annelies sinds midden 2017. Zelfs bij elkaar opgeteld verdienen ze nog onder de maximale norm voor een directeur.

Het totale jaarinkomen van Evelijne Bruning bedroeg € 86.754 in 2018. Dit is het bruto salaris plus vakantiegeld – The Hunger Project kent geen eindejaarsuitkering of variabele beloning. Daarnaast bedroeg het werkgeversdeel van haar pensioenbijdrage € 9.229. Annelies Kanis kreeg in augustus 2018 een vaste aanstelling voor 40 uur, na een jaarcontract voor hetzelfde aantal uren. Haar bruto jaarinkomen in 2018 bedroeg € 82.373. Het werkgeversdeel van haar pensioenbijdrage bedroeg € 8.615.

De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen bezoldiging. Wel kunnen de leden een redelijke vergoeding van de voor de stichting gemaakte onkosten ontvangen. Net als in voorgaande jaren hebben de leden ook in 2018 volledig hun eigen kosten gedragen.

The Hunger Project werkt alleen met The Hunger Project vestigingen in de programmalanden. Er wordt veel samengewerkt met andere organisaties maar er gaat geen geld van The Hunger Project naar andere organisaties, stichtingen of initiatieven.

The Hunger Project werkt in haar programmalanden alleen met lokale staf en lokale vrijwilligers. Het is dus niet mogelijk om in onze programmalanden in Afrika, Latijns-Amerika of Azië te werken. Dit geldt voor zowel betaald werk als stages en vrijwilligerswerk. Waarom we dit niet doen:

•             De belangrijkste verandering waar onze lokale collega’s aan werken in de dorpen in de programmalanden is de verandering van mindset: van een gevoel van afhankelijkheid (van geld en hulp van anderen) naar een gevoel van eigen verantwoordelijkheid en het vertrouwen dat ze zélf hun leven kunnen veranderen en dat ze samen met hun dorpsgenoten zélf veel kunnen bereiken. Dit is geen eenvoudig proces. En de aanwezigheid van niet-lokale vrijwilligers of medewerkers die komen helpen, kan dit verstoren.

•             Enthousiasme en betrokkenheid alleen zijn niet genoeg. De lokale staf kent en begrijpt de lokale context. Een niet-lokale vrijwilliger of medewerker zou zonder een goede voorbereiding de verkeerde ingrepen kunnen doen. Bovendien zou het te veel aandacht en tijd van onze lokale staf vragen.

•             Tenslotte een praktisch bezwaar: in de dorpen wordt veelal een lokale taal gesproken, die een niet-lokale vrijwilliger of medewerker niet beheerst.

Wil je vrijwilligerswerk bij The Hunger Project doen? Dat kan, graag zelfs. Vrijwilligers werken met hun eigen kracht en capaciteiten mee aan een wereld zonder honger en zijn onmisbaar voor ons. Het is mogelijk om binnen een specifieke werkveld bij te dragen aan het werk van The Hunger Project. (Kantoor-) vrijwilligers kunnen zich bijvoorbeeld richten op bedrijven, communicatie, administratie of eventmanagement. Lees verder.

x

x

Staat je vraag er niet bij?

Neem dan gerust contact met ons op.