
Voedselzekerheid.
Genoeg en gezond kunnen eten begint bij toegang tot land, water, inkomen, tijd, en kennis. We werken samen met kleinschalige boeren aan betere oogsten, gezonde voeding en het bewaren van voedsel voor periodes van schaarste.
Voedsel is de basis van alles. Het geeft mensen de kracht om naar school te gaan, een inkomen te verdienen, voor hun gezin te zorgen en hun dromen na te jagen. Honger en ondervoeding raken daarom veel meer dan alleen de maag: ze beperken gezondheid, ontwikkeling, productiviteit en economische groei. Toch heeft bijna een derde van de wereldbevolking geen toegang tot voldoende, veilig en voedzaam eten. The Hunger Project werkt daarom aan de structurele oorzaken van honger en ondervoeding, want duurzame verandering begint niet bij de symptomen, maar bij de systemen die ze veroorzaken.
Bron: SOFI 2025 (FAO, IFAD, UNICEF, WFP, WHO), cijfers over 2024.
Voedselzekerheid gaat over meer dan voedsel.
Wie honger wil begrijpen, moet verder kijken dan het bord. Voedselonzekerheid en ondervoeding ontstaan door meerdere factoren die elkaar versterken: of er genoeg voedsel is, of mensen het kunnen kopen of verbouwen, en of ze genoeg weten over gezonde voeding. Daarbij spelen ook andere zaken een grote rol. Slechte of ongelijke toegang tot gezondheidszorg en schoon water zorgt ervoor dat mensen sneller ziek worden en minder voedingsstoffen opnemen. Conflicten, klimaatverandering en economische problemen maken het moeilijker om voedsel te verbouwen of genoeg inkomen te verdienen. Deze problemen raken vooral mensen in arme en plattelandsgebieden, en treffen vrouwen en meisjes vaak het hardst.
The Hunger Project ziet ondervoeding daarom niet als één probleem, maar als het resultaat van verschillende systemen die met elkaar verbonden zijn: landbouw en voedselproductie, armoede en inkomen, genderongelijkheid, water en gezondheid, en hoe lokale overheden functioneren.

Daarom investeert The Hunger Project in meerdere systemen tegelijk: van landbouw en water tot gender, gezondheid en lokaal bestuur. Niet om symptomen te bestrijden, maar om honger en ondervoeding bij de wortels aan te pakken. Dat doen we samen met de mensen die ermee te maken hebben, omdat duurzame voedselzekerheid alleen ontstaat wanneer zij zelf de kennis, middelen en organisatiekracht hebben om dit vorm te geven.
De gevolgen: zichtbaar en onzichtbaar.
Te weinig eten leidt bij kinderen tot stunting (een te kleine lichaamslengte voor de leeftijd) — en wasting (een te laag gewicht voor de leeftijd). Wereldwijd lijden bijna 148 miljoen kinderen onder de vijf aan stunting. De schade aan lichaam en brein in de vroegste levensjaren is blijvend. Maar ook een chronisch tekort aan vitaminen, mineralen en eiwitten verzwakt immuunsystemen, belemmert cognitieve ontwikkeling en maakt mensen kwetsbaar voor elke nieuwe schok.
Vrouwen en meisjes dragen de zwaarste last. In veel contexten eten zij als laatste en het minst, ook tijdens zwangerschap en borstvoeding, precies het moment waarop voeding het meest bepalend is. Een ondervoed meisje dat opgroeit en zelf moeder wordt, heeft een significant verhoogd risico op ondervoede kinderen. De cyclus herhaalt zich, generatie na generatie, zolang de onderliggende oorzaken niet worden aangepakt.

Wat wij doen.
Voedselonzekerheid en ondervoeding zijn niet alleen een voedselprobleem. Ze zijn tegelijk een gender-, water-, gezondheids- en armoedeprobleem. Dat betekent dat losse interventies zelden duurzaam werken — en dat structurele verandering vraagt om een aanpak die al die systemen tegelijk aanpakt.
We hebben gezien dat dat werkt. Binnen het Right2Grow-programma leidde deze aanpak namelijk tot een flinke toename van publieke investeringen in voeding en water. Over de hele programmaperiode stegen de gezamenlijke overheidsbudgetten in de zes landen met 319 procent: van 794 miljoen euro in 2021 naar 3,3 miljard euro in 2025.




Dit is een gemiddelde over 90 epicentra in 9 Afrikaanse landen die zelfredzaam zijn geworden. Het percentage laat de groei zien tussen een tussentijdse meting en de eindmeting.








