Extreme droogte in Ethiopië en Malawi

Door extreme droogte dreigt er een hongersnood in Ethiopië, maar ook in Malawi. El Niño heeft flinke gevolgen voor het grote regenseizoen, nadat het korte regenseizoen in februari/ maart ook al uitbleef. In enkele delen van het land valt helemaal geen regen, in andere delen zijn de regens vertraagd. Met flinke gevolgen voor de oogsten, die veel minder opleveren dan normaal. Een hongersnood dreigt voor 10 miljoen mensen.

De epicentra van The Hunger Project Ethiopië hebben ook te maken met het late regenseizoen, maar liggen niet in de droogste gebieden. Epicentrum Jaldu loopt het meeste risico, maar vooralsnog zijn de alleen de oogsten minder dan normaal – er is geen kritiek voedseltekort.

The Hunger Project Ethiopië werkt aan een partnerschap met UNOCHA – Office for the Coordination of Humanitarian Affairs. Om nieuwe epicentra op te straten in gebieden waar UNOCHA en de Ethiopische overheid werken aan water- en sanitatie-programma’s. Daarbij zal een sterke focus komen op het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, en de weerbaarheid van de gemeenschappen te versterken. Ook in andere epicentra werkt The Hunger Project aan het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door het stimuleren van duurzame landbouwmethodes als acro-ecologie.

Voedselbanken
De voedselbanken bij de epicentra zijn opgezet om de periode te overbruggen tussen het opraken van de voorraden, tot de nieuwe oogst. Zo wordt in de voedselbank van epicentrum Kachindamoto in Malawi mais opgeslagen. De leden van de voedselbank krijgen in het zaaiseizoen kunstmest en zaaigoed, dat ze terugbetalen met een deel van de opbrengst. Wanneer de voorraden thuis op beginnen te raken, wordt de mais vanuit de voedselbank aan de dorpelingen verkocht, voor een lagere prijs dan de woekeraars doen. Vorig jaar werd ruim 50.000 kilo verkocht.

Kachindamoto verwacht dat de vraag naar mais dit jaar snel stijgen, door de slechte oogst door de korte regens. Zo had een van de leden aan de voedselbank vorig jaar nog 55 zakken. Dit jaar maar 32. Een ander oogstte 15 zakken tegenover 22 zakken vorig jaar. Deze boerinnen oogstten, dankzij het farm input programma, toch nog genoeg om hun gezinnen dit jaar te eten te geven. Voor veel andere huishoudens is dat niet het geval. Ze oogstten te weinig. Eerst zullen ze op maaltijden gaan besparen: nog maar twee keer per dag eten in plaats van drie keer, en uiteindelijk een keer. Dan moeten ze mais bijkopen. De voedselbank geeft huishoudens in Kachindamoto enig voordeel: de prijs van een zak mais is hier lager dan bij Admarc, die de maisreserves in het land beheert.
Lees meer over Kachindamoto